Wanneer je koolhydraten eet, breekt je lichaam ze af tot glucose. Glucose verplaatst zich vervolgens van de darmen naar de bloedbaan, waardoor de bloedsuikerspiegel stijgt.
Je alvleesklier geeft insuline af om glucose de cellen in te laten bewegen. Als de insuline-respons niet kan bijbenen, of glucose snel in het bloed terechtkomt, krijg je een grotere of langere piek.
Je darmmicrobioom kan dit proces beïnvloeden. Sommige microben helpen bij de productie van korte-keten vetzuren en ondersteunen de darmbarrière, wat van invloed kan zijn op hoe snel koolhydraten worden opgenomen en hoe je lichaam de suiker reguleert.