Je noteert je maaltijden voor een vast tijdsblok, meestal 3–14 dagen. Neem details op zoals portiegrootte, kookmethoden en wanneer je eet. Dit geeft een duidelijk beeld van koolhydraten, eiwitten, vetten, vezels en belangrijke micronutriënten.
Vervolgens bekijk je de invoer op patronen. Zo kun je bijvoorbeeld weinig vezels opmerken, vaak snacks met veel suiker, of maaltijden die te dicht op elkaar volgen. Het bijhouden helpt je ook te zien hoe hydratatie en het tijdstip van de maaltijden invloed hebben op honger en energie.
Uit het microbiomen-perspectief beïnvloeden voedingsmiddelen welke darmmicroben groeien. Vezels en gefermenteerde voedingsmiddelen kunnen gunstige fermentatie verhogen, wat bijdraagt aan de productie van korte ketenvetzuren die de darmwand en de stofwisseling ondersteunen. Een dagboek kan je begeleiden bij het aanpassen van voedingsmiddelen die passen bij je spijsvertering en tolerantie.