Gepersonaliseerde voeding begint bij jouw informatie. Dit kan onder meer voedingslogboeken, gezondheidsverleden, labresultaten en soms microbiomenonderzoek van de darm omvatten.
Daarna zet het die gegevens om in praktische streefdoelen. Bijvoorbeeld, het kan aanbevelen om vezeltypes aan te passen, eetmomenten te wijzigen, of de balans tussen koolhydraten, vetten en eiwitten af te stemmen op jouw spijsvertering en energienoden.
Een belangrijk onderdeel van het microbiomenverhaal is hoe jouw darmmicroben voedsel afbreken. Wanneer je bepaalde vezels eet, produceren microben gunstige verbindingen die het darmcomfort, metabolismesignalen en de opname van nutriënten beïnvloeden.