Voedingsvezels die je niet volledig verteert, komen in de dikke darm terecht. Daar gebruiken specifieke darmbacteriën ze als brandstof.
Tijdens fermentatie door micro-organismen breken ze vezels af tot kleinere verbindingen. Een belangrijke opbrengst zijn korteketenvetzuren (SCFA’s) zoals acetaat, propionaat en butyraat. Deze helpen de darmwand te ondersteunen en beïnvloeden hoe je lichaam energie omzet.
Tijdens de fermentatie ontstaan ook gassen en andere metabolieten. Sommige mensen krijgen een opgeblazen gevoel wanneer de vezelinname te snel toeneemt, vooral bij bepaalde typen vezels. Je darmmicrobioom bepaalt wat er wordt geproduceerd en hoe je darmen reageren.