Belangrijke microbiële routes voor zwavel
Sulfaatreductie
Bij dissimilatoire sulfaatreductie gebruiken bepaalde bacteriën sulfaat als elektronenacceptor tijdens hun energiehuishouding. In grote lijnen wordt sulfaat eerst geactiveerd en daarna via tussenstappen, waaronder sulfiet, gereduceerd tot sulfide. De bacteriën gebruiken hiervoor elektrondonoren, zoals waterstof of bepaalde organische stoffen. De precieze route en de beschikbare substraten verschillen per bacterie.
Taurine en andere organische zwavelverbindingen
Taurine uit galzuren kan door sommige darmbacteriën worden afgebroken. Afhankelijk van de gebruikte route kunnen daarbij zwavelhoudende tussenproducten ontstaan die verder worden omgezet. Ook cysteïne kan door microbiële activiteit sulfide opleveren. De omzetting van methionine kan leiden tot andere zwavelhoudende producten; niet elke route eindigt in waterstofsulfide.
Oxidatie en andere omzettingen
Sommige micro-organismen kunnen gereduceerde zwavelverbindingen, zoals sulfide of thiosulfaat, verder oxideren. Welke rol deze routes in een specifieke darmomgeving spelen, hangt af van de lokale omstandigheden en de betrokken soorten. Samen zorgen productie, gebruik en verdere omzetting ervoor dat zwavelverbindingen voortdurend door het microbiële ecosysteem circuleren.
Waterstofsulfide als darmmetaboliet
Waterstofsulfide is een gasvormig molecuul dat door zowel darmmicroben als lichaamscellen kan worden gevormd. Het kan ook verder worden omgezet of door darmweefsel worden verwerkt. De effecten ervan hangen onder meer af van de concentratie, de plaats en de duur van blootstelling. Daarom is het te eenvoudig om H₂S uitsluitend als gunstig of uitsluitend als schadelijk te beschrijven.