Darmbacteriën maken niet simpelweg serotonine aan. Ze kunnen wel de beschikbaarheid en verwerking van tryptofaan beïnvloeden en signalen afgeven die de serotonineproductie door cellen in de darmwand helpen reguleren. Welke effecten optreden, hangt onder meer af van de bacteriesoorten, hun activiteit en de omstandigheden in de darm.
Hoeveel soorten bacteriën leven er in de darm?
Er is geen vast aantal. In de darm leven honderden tot duizenden bacteriesoorten, en de samenstelling verschilt per persoon en kan in de loop van de tijd veranderen. Bacteriën zijn slechts een deel van het darmmicrobioom, waartoe ook andere micro-organismen behoren.
Waar wordt serotonine in de darm geproduceerd?
Het grootste deel van de serotonine in het lichaam wordt in de darm gemaakt door enterochromaffine cellen in de bekleding van het maag-darmkanaal. Deze cellen zetten tryptofaan met behulp van eigen enzymen om in serotonine. Darmbacteriën kunnen dit proces beïnvloeden, maar zijn niet de belangrijkste producenten van serotonine in de darm.
Tryptofaan is een essentieel aminozuur uit voeding en een bouwsteen voor serotonine. Darmbacteriën kunnen tryptofaan op verschillende manieren omzetten of verbruiken. Daardoor beïnvloeden ze hoeveel tryptofaan beschikbaar blijft voor de cellen van de gastheer en welke andere microbiële metabolieten ontstaan.
Bacteriële routes en functionele groepen
Een functionele groep bestaat uit micro-organismen die vergelijkbare processen kunnen uitvoeren. Bij de verwerking van tryptofaan gaat het niet om één vaste groep serotonineproducerende bacteriën: de mogelijkheden verschillen per soort en zelfs per bacteriestam.
Sommige bacteriën zetten tryptofaan met het enzym tryptofanase om in indool en verwante stoffen. Deze metabolieten kunnen signalen in de darm beïnvloeden, maar zijn zelf geen serotonine.
Bepaalde bacteriën kunnen tryptofaan omzetten in tryptamine. Tryptamine kan in de darm signaalfuncties hebben en invloed uitoefenen op de darmbeweging.
Bacteriën uit onder meer de groepen Clostridia, Bifidobacterium en Lactobacillus worden onderzocht op hun invloed op tryptofaanmetabolisme en serotoninesignalering. De effecten verschillen per soort en stam; deze namen zijn geen garantie voor een bepaald effect.
De omzetting van tryptofaan naar serotonine verloopt vooral via enzymen van het lichaam, waaronder tryptofaanhydroxylase. De kynur enine-route is eveneens grotendeels een route van de gastheer; die moet niet worden verward met de bacteriële vorming van indool of tryptamine. Bacteriën kunnen daarnaast korteketenvetzuren produceren die de omgeving en activiteit van darmcellen beïnvloeden.
Voedingsvezels worden door bepaalde darmbacteriën gefermenteerd. Daarbij ontstaan onder andere korteketenvetzuren, die de darmomgeving en de communicatie tussen microben en darmcellen kunnen beïnvloeden. Dit kan bijdragen aan de regulering van processen die met serotonine samenhangen, maar meer vezels zorgen niet automatisch voor een hogere serotoninespiegel.
Praktische manieren om de darmflora te ondersteunen
Eet gevarieerd en neem regelmatig vezelrijke producten, zoals groenten, fruit, peulvruchten, volkoren granen, noten en zaden.
Verhoog de hoeveelheid vezels geleidelijk en drink voldoende, zeker als je niet gewend bent veel vezels te eten.
Eet voedingsmiddelen met tryptofaan, zoals eieren, zuivel, peulvruchten, noten, zaden en vis. Het lichaam regelt zelf hoe tryptofaan wordt gebruikt.
Kies vooral voor een voedingspatroon dat je op lange termijn kunt volhouden. Er is geen specifiek voedingsmiddel of supplement waarvan bewezen is dat het bij iedereen de serotonineproductie door darmbacteriën verhoogt.
Een vezelrijk voedingspatroon kan de groei en activiteit van bepaalde microben ondersteunen. De precieze uitwerking verschilt echter per persoon en is afhankelijk van de totale voeding, gezondheid en samenstelling van het microbioom.
Welke invloed heeft de darmgezondheid op serotonine?
Darmbacteriën kunnen via tryptofaanmetabolieten, korteketenvetzuren en signalen aan darmcellen invloed uitoefenen op de serotonineproductie en -signalering in de darm. Serotonine speelt daar onder meer een rol bij de darmbeweging en secretie. Dit betekent niet dat veranderingen in het darmmicrobioom rechtstreeks de serotoninespiegel in de hersenen bepalen: serotonine uit de darm passeert de bloed-hersenbarrière niet.
Onderzoek naar de wisselwerking tussen microben en serotonine is nog in ontwikkeling. Een verband tussen een microbiële verandering en een gezondheidsklacht bewijst op zichzelf niet dat die verandering de klacht veroorzaakt.
Wat zijn symptomen van te veel serotonine in de darm?
Er bestaat geen algemene, herkenbare reeks klachten die eenvoudig kan worden toegeschreven aan te veel serotonine in de darm. Serotonine in de darm werkt voornamelijk lokaal, en klachten zoals diarree of buikkrampen kunnen veel oorzaken hebben. Een zeldzame oorzaak van verhoogde serotonineproductie in het lichaam is het carcinoïdsyndroom, meestal in verband met een serotonineproducerende neuro-endocriene tumor. Mogelijke klachten zijn aanhoudende diarree, blozen en piepende ademhaling. Deze symptomen stellen geen diagnose: laat aanhoudende of ernstige klachten beoordelen door een arts.
Wat je uit onderzoek naar darmbacteriën kunt afleiden
Onderzoek naar de functionele groepen van darmbacteriën kan inzicht geven in welke microben en metabole routes aanwezig zijn. Een microbiometest meet echter niet rechtstreeks hoeveel serotonine je lichaam aanmaakt en kan op zichzelf geen aandoening diagnosticeren, voorspellen of behandelen. De aanwezigheid van een bacteriesoort bewijst bovendien niet dat die bij een persoon een bepaald effect heeft.
Kortom, darmbacteriën kunnen de verwerking van tryptofaan en de lokale serotoninesignalering beïnvloeden, maar de serotonine in de darm wordt grotendeels door menselijke darmcellen geproduceerd. Gevarieerd eten met voldoende vezels ondersteunt de darmflora in algemene zin; een specifiek serotonine-effect kan daarmee niet worden gegarandeerd.