Eiwitfermentatie in de darmen begint wanneer niet al het eiwit wordt verteerd en opgenomen in de dunne darm. Een deel van het eiwit en de aminozuren bereikt daarna de dikke darm, waar microben ze gebruiken.
In de dikke darm fermenteren verschillende bacteriegroepen aminozuren. Dit kan nuttige bijproducten voor darmcellen opleveren, maar het kan ook leiden tot meer “irriterende” verbindingen als de microbiota uit balans is.
De vertering in je lichaam en je bestaande microbiota bepalen het resultaat. Een hogere vezelinname en een betere darmbarrièrefunctie ondersteunen meestal een gezonder fermentatiepatroon, terwijl aanpassingen in dieet of medicatie de samenstelling van microben kunnen veranderen.