Microben in je darmen dragen genen bij zich, maar ze gebruiken er niet altijd allemaal. Wanneer de omgeving verandert, schakelen ze genen “aan” of “uit” om eiwitten te produceren die specifieke taken vervullen.
Deze genen-schakeling wordt aangestuurd door signalen zoals beschikbare voedingsstoffen, de pH-waarde, het zuurstofniveau en de aanwezigheid van andere microben. Bijvoorbeeld, wanneer je meer vezels eet, kunnen vezelverterende genen actiever worden, wat leidt tot meer fermentatie en nuttige bijproducten.
In praktische tests kunnen onderzoekers de activiteit schatten door microbiële RNA te meten (een maat voor actieve genen) of door genactiviteit af te leiden uit veranderingen in de gemeenschap. Het resultaat laat zien welke metabole paden waarschijnlijk in je darmen draaien.