Wat zijn korteketenvetzuren?
Korteketenvetzuren (KKVZ; internationaal vaak aangeduid als SCFA’s) zijn stoffen die darmbacteriën vooral maken door vezels en andere koolhydraten te fermenteren die niet in de dunne darm worden verteerd. De belangrijkste zijn acetaat, propionaat en butyraat. Ze dienen onder meer als energiebron voor darmcellen en spelen een rol in de communicatie tussen de darmmicrobiota, de darmwand en het immuunsysteem.
De hoeveelheid en verhouding van deze vetzuren hangen onder andere af van de beschikbare voeding, de aanwezige micro-organismen en hun onderlinge samenwerking. Daarom zegt de aanwezigheid van één bacteriesoort op zichzelf niet precies hoeveel KKVZ iemand produceert.
Hoe worden acetaat, propionaat en butyraat gevormd?
Tijdens fermentatie breken bacteriën complexe koolhydraten af tot kleinere moleculen. Welke KKVZ ontstaan, hangt af van de bacteriesoort, het substraat en de omstandigheden in de darm.
Acetaat
Acetaat is doorgaans het meest voorkomende KKVZ. Veel soorten maken het via fermentatieroutes die koolhydraten afbreken tot onder meer acetyl-CoA. Acetaat kan ook door andere darmbacteriën worden gebruikt als bouwstof voor de vorming van butyraat.
Propionaat
Propionaat kan via verschillende routes worden gemaakt. Een veelvoorkomende route loopt via succinaat; andere bacteriën gebruiken onder meer lactaat of bepaalde suikers als uitgangspunt. Propionaat wordt in het lichaam opgenomen en kan door de lever worden verwerkt.
Butyraat
Butyraat ontstaat vooral bij de fermentatie van koolhydraten. Veel producenten vormen het via butyryl-CoA en gebruiken daarbij enzymen zoals butyryl-CoA:acetaat-CoA-transferase of butyraatkinase. De precieze route verschilt per micro-organisme. Butyraat kan ook ontstaan door samenwerking tussen bacteriën, bijvoorbeeld wanneer de ene soort stoffen levert die een andere soort omzet.