In de darm leven veel verschillende bacteriën. Ze worden ingedeeld in taxonomische groepen, zoals stammen en soorten, maar ook in functionele groepen op basis van wat ze doen. Sommige helpen voedingsvezels afbreken of maken stoffen aan die de darmomgeving beïnvloeden; andere kunnen onder bepaalde omstandigheden klachten veroorzaken. De werking verschilt per soort, stam en persoon.
Belangrijke bacteriële stammen
Veel darmbacteriën behoren tot de stammen Firmicutes (ook bekend als Bacillota) en Bacteroidetes (Bacteroidota). Andere bekende groepen zijn Actinobacteria, waaronder Bifidobacterium, en Proteobacteria, waaronder Escherichia. De samenstelling van het darmmicrobioom verschilt van persoon tot persoon en kan veranderen door onder meer voeding, medicatie en leeftijd.
Een indeling op basis van functie kan daarnaast nuttig zijn: verschillende bacteriën kunnen bijvoorbeeld vezels fermenteren of bepaalde stoffen in de darm omzetten. De taxonomische naam vertelt dus niet altijd precies welke functie een bacterie in iemands darm heeft.
De volgende soorten en geslachten worden vaak besproken in onderzoek naar het darmmicrobioom. Hun aanwezigheid betekent niet automatisch dat iemand gezonder of ongezonder is: effecten kunnen afhangen van de bacteriestam, de hoeveelheid en de omstandigheden in de darm.
Bifidobacterium: verschillende soorten komen veel voor in de darm en kunnen bepaalde koolhydraten fermenteren. Sommige stammen worden gebruikt in probiotische producten.
Faecalibacterium prausnitzii: een veelbesproken darmbacterie die vezels en andere stoffen kan omzetten en daarbij onder meer butyraat kan produceren.
Roseburia: verschillende soorten fermenteren voedingsvezels en kunnen bijdragen aan de productie van korteketenvetzuren, waaronder butyraat.
Bacteroides: leden van dit geslacht helpen complexe koolhydraten afbreken. Hun effecten hangen af van de soort en de context.
Akkermansia muciniphila: deze bacterie leeft in de slijmlaag van de darm en wordt onderzocht vanwege mogelijke relaties met de darmbarrière en stofwisseling. Onderzoek naar verbanden bewijst niet dat de bacterie gezondheidsproblemen voorkomt of behandelt.
Escherichia coli: veel stammen leven zonder problemen in de darm, terwijl andere stammen ziekte kunnen veroorzaken. De soortnaam alleen geeft niet aan om welke variant het gaat.
Enterococcus faecalis: deze bacterie kan deel uitmaken van de normale darmflora, maar bepaalde stammen kunnen ook infecties veroorzaken, vooral in zorgsituaties.
Wat zijn de beste darmbacteriën?
Er is geen universele lijst met de beste darmbacteriën. Een bacterie kan nuttig zijn in de ene context en onschadelijk of problematisch in een andere. Ook zijn effecten van probiotica doorgaans gekoppeld aan een specifieke stam en toepassing; resultaten van de ene stam zijn niet zomaar van toepassing op andere soorten of producten.
Functionele groepen beschrijven bacteriën aan de hand van activiteiten die ze in het darmecosysteem kunnen uitvoeren. Bacteriën uit verschillende taxonomische groepen kunnen vergelijkbare functies hebben.
Vezelfermentatie en korteketenvetzuren
Sommige darmbacteriën fermenteren voedingsvezels die niet in de dunne darm worden verteerd. Daarbij kunnen korteketenvetzuren ontstaan, zoals acetaat, propionaat en butyraat. Deze stoffen dienen onder meer als energiebron voor cellen in de darm en kunnen de darmomgeving en immuunsignalering beïnvloeden. De hoeveelheid en effecten hangen af van de bacteriële gemeenschap, voeding en andere omstandigheden.
Interactie met het immuunsysteem en de darmbarrière
Bacteriën en hun stofwisselingsproducten kunnen in contact komen met cellen van de darmwand en het immuunsysteem. Zulke interacties helpen het lichaam onderscheid te maken tussen verschillende signalen en kunnen immuunreacties beïnvloeden. Dat betekent niet dat een bepaalde bacterie op zichzelf ontstekingen voorkomt of behandelt.
Sommige bacteriën concurreren met andere micro-organismen om ruimte en voedingsstoffen. De uitkomst hangt af van de samenstelling van de gemeenschap en van de omstandigheden in de darm. Ook kunnen bacteriën stoffen uit voeding en galzuren omzetten; de gevolgen verschillen per bacterie en situatie.
Wat beïnvloedt de samenstelling van darmbacteriën?
De darmmicrobiota is geen vaste verzameling bacteriën. De samenstelling kan veranderen door onder meer voedingspatroon, leeftijd, leefomgeving, ziekte en medicatie. Antibiotica kunnen bijvoorbeeld zowel ziekteverwekkende als andere bacteriën beïnvloeden. De effecten verschillen per persoon en behandeling.
Voedingsvezels uit uiteenlopende plantaardige voedingsmiddelen leveren substraten die sommige darmbacteriën kunnen fermenteren. Een gevarieerd eetpatroon kan daarom bijdragen aan een gevarieerde aanvoer van voedingsstoffen voor het microbioom. Dit is geen garantie op een bepaalde bacteriesamenstelling of gezondheidseffect.
Probiotica bevatten levende micro-organismen, maar de mogelijke werking is afhankelijk van de specifieke stam en het beoogde gebruik. Een product is niet automatisch geschikt voor iedereen. Bespreek gebruik bij ziekte, medicijngebruik of verminderde weerstand zo nodig met een zorgverlener. Fecale microbiotatransplantatie en experimentele microbiomtherapieën zijn geen doe-het-zelfbehandelingen en horen uitsluitend in passende medische zorg of onderzoek.
Kunnen slechte darmbacteriën symptomen veroorzaken?
Er bestaat geen vaste reeks symptomen waarmee je kunt vaststellen dat je darmbacteriën uit balans zijn. Buikpijn, een opgeblazen gevoel, diarree en verstopping kunnen veel verschillende oorzaken hebben. De klachten zeggen op zichzelf niet welke bacterie erbij betrokken is en bewijzen geen zogenoemde dysbiose.
De term “slechte darmbacteriën” is daarom een versimpeling. Sommige bacteriën kunnen ziekte veroorzaken, maar andere kunnen afhankelijk van de soort, stam en omstandigheden deel uitmaken van een normale darmgemeenschap. Bij aanhoudende, ernstige of verergerende klachten is beoordeling door een zorgverlener verstandig.
Wat zijn de drie vormen van bacteriën?
Bacteriën worden in basisvormen vaak beschreven als kokken (bolvormig), bacillen (staafvormig) en spiraalvormige bacteriën. Dit is een indeling naar vorm; ze vertelt niet op zichzelf welke bacterie in de darm voorkomt of wat die doet.
De darm bevat een gevarieerde gemeenschap van bacteriën met verschillende soorten en functies. Geen enkele soort is voor iedereen “de beste”, en symptomen kunnen niet betrouwbaar aan één bacterie worden toegeschreven. Taxonomie, functie en context samen geven een nauwkeuriger beeld.