De drie fasen van het low FODMAP-dieet
Een gebruikelijke aanpak bestaat uit drie fasen. Begeleiding door een diëtist met ervaring in PDS helpt om het dieet passend en volwaardig te houden.
1. Tijdelijke eliminatiefase
Gedurende een beperkte periode vervang je FODMAP-rijke keuzes door alternatieven met minder FODMAPs. Vaak duurt deze fase enkele weken; volg de duur en aanpak die je met je diëtist afspreekt. Houd klachten en voedingskeuzes bij. Als je geen verbetering merkt, bespreek dan of doorgaan zinvol is in plaats van steeds meer voedingsmiddelen te schrappen.
2. Herintroductiefase
Als klachten verbeteren, test je FODMAP-groepen systematisch opnieuw. Je probeert doorgaans één groep tegelijk, met afgesproken porties en voldoende tijd om reacties te beoordelen. Zo kun je ontdekken welke soorten en hoeveelheden je verdraagt. Herintroductie voorkomt dat je onnodig langdurig veel voedingsmiddelen vermijdt.
3. Personalisatiefase
Gebruik de uitkomsten om een zo ruim en gevarieerd mogelijk eetpatroon samen te stellen. Beperk alleen de voedingsmiddelen of porties die bij jou klachten geven. Tolerantie kan veranderen; een eerder lastig voedingsmiddel kan op een ander moment of in een kleinere hoeveelheid wel passen.
Voorbeelden van voedingsmiddelen
De FODMAP-inhoud is afhankelijk van portiegrootte, rijpheid, bereiding en product. Deze voorbeelden zijn daarom geen persoonlijke voedingslijst. Controleer porties met betrouwbare actuele informatie of een diëtist.
Vaak FODMAP-rijkere keuzes
- Fruit zoals appel, peer en mango.
- Groenten zoals ui, knoflook en bloemkool.
- Gewone melk en sommige zachte zuivelproducten, afhankelijk van het lactosegehalte.
- Peulvruchten zoals linzen en kikkererwten, afhankelijk van soort en portie.
- Producten met tarwe of rogge en zoetstoffen zoals sorbitol, mannitol of xylitol.
Vaak laag-FODMAP-alternatieven
- Fruit zoals sinaasappel, kiwi, druiven en aardbeien in passende porties.
- Groenten zoals wortel, komkommer, courgette en paprika.
- Lactosevrije melk of yoghurt en harde kazen.
- Rijst, aardappelen, haver en quinoa.
- Eieren, vis, vlees of tofu zonder hoog-FODMAP-sauzen of toevoegingen.
Lees etiketten op onder meer ui, knoflook, inuline en polyol-zoetstoffen. Een voedingsmiddel is niet automatisch geschikt of ongeschikt vanwege één ingrediënt; porties en de totale maaltijd tellen mee.