Welke bacterie wordt in verband gebracht met colitis ulcerosa?
Welke bacterie wordt in verband gebracht met colitis ulcerosa? In dit artikel krijg je een wetenschappelijk onderbouwd overzicht van wat we tot nu toe weten over de rol van bacteriën bij colitis ulcerosa, waarom dit ertoe doet voor jouw gezondheid en hoe inzichten uit het microbioom kunnen helpen om klachten beter te begrijpen. Je leert welke bacteriesoorten vaak betrokken worden genoemd, hoe een microbiële disbalans ontsteking kan aanwakkeren, waarom symptomen alléén geen sluitende diagnose bieden, en wanneer een gerichte kijk op jouw darmmicrobiota zinvol kan zijn. We gebruiken de term ulcerative colitis bacterie om de zoekvraag te duiden, maar leggen uit dat de realiteit complexer is dan één enkele veroorzaker.
Inleiding
Colitis ulcerosa is een chronische ontstekingsziekte van de dikke darm waarbij de slijmvlieslaag ontstoken raakt. De afgelopen jaren is er veel aandacht gekomen voor de rol van het darmmicrobioom: het totaal aan bacteriën, virussen, schimmels en andere micro-organismen die in de darm leven. Onderzoekers vragen zich af of bepaalde bacteriën bijdragen aan het ontstaan of in stand houden van deze ziekte. Wie zoekt naar “welke bacterie wordt in verband gebracht met colitis ulcerosa?” of “ulcerative colitis bacterie” vindt echter geen simpel antwoord. Wel zijn er consistente patronen zichtbaar: veranderingen in samenstelling (dysbiose), een toename van bepaalde bacteriegroepen en een afname van beschermende soorten. Dit artikel brengt die bevindingen bij elkaar en laat zien hoe je op een verantwoorde manier van symptomen naar persoonlijk inzicht komt.
Waarom deze informatie belangrijk is voor jouw darmgezondheid
Een chronische, terugkerende darmontsteking treft meer dan alleen de spijsvertering. Vermoeidheid, gewichtsverlies, bloedarmoede en sociale beperkingen kunnen een grote invloed hebben op de kwaliteit van leven. Zonder begrip van de onderliggende mechanismen is het lastig om met je behandelaar gerichte keuzes te maken. Inzicht in de rol van bacteriën en in het bredere darmmicrobioom helpt om voorbij een puur symptomatische benadering te kijken. Niet omdat bacteriën de enige factor zijn, maar omdat ze samen met genetische aanleg, immuunreacties, voeding en omgevingsfactoren de ontsteking kunnen versterken of afremmen. Wie de interacties begrijpt, kan risico’s beter inschatten, terugvallen herkennen en in overleg met zorgprofessionals maatregelen nemen die passen bij het eigen lichaam.
Wat is colitis ulcerosa en wat zijn de symptomen?
Colitis ulcerosa (CU) is een vorm van inflammatoire darmziekte (IBD) waarbij de ontsteking start in het rectum en zich continu in wisselende mate kan uitbreiden door de dikke darm. De diagnose wordt gesteld op basis van klachten, laboratoriumonderzoek (bijv. ontstekingswaarden), fecaal calprotectine, beeldvorming en een coloscopie met weefselafname (biopsieën). Het is belangrijk om infectieuze oorzaken (zoals Clostridioides difficile of een acute bacteriële gastro-enteritis) eerst uit te sluiten, omdat die een CU-achtige presentatie kunnen nabootsen.
Ontdek de microbioom test
ISO-gecertificeerd EU-laboratorium • Monster blijft stabiel tijdens verzending • GDPR-veilige gegevens
Veelvoorkomende symptomen zijn terugkerende of aanhoudende diarree (vaak met bloed en slijm), buikkrampen, loze aandrang, vermoeidheid en gewichtsverlies. Sommige mensen ervaren koorts, gewrichtsklachten, huidafwijkingen of oogontstekingen. Zonder adequate aanpak neemt op langere termijn het risico toe op complicaties zoals ernstige bloedingen, toxisch megacolon en—bij langdurige, wijdverspreide ontsteking—een verhoogd risico op colorectaal carcinoom. Vroege herkenning en een goede, medisch begeleide strategie zijn daarom essentieel.
Welke bacterie wordt in verband gebracht met colitis ulcerosa?
Er is geen eenduidige “ulcerative colitis bacterie”. In plaats daarvan zien we patronen van bacteriële dysbiose: een verstoring in de balans van de darmgemeenschap, vaak met een toename van ontstekingsgeassocieerde bacteriën en een afname van gunstige, butyraat-producerende soorten. Belangrijke terugkerende bevindingen zijn:
- Toename van Proteobacteriën: Deze grote stam (waaronder veel Enterobacteriaceae) neemt bij CU-patiënten vaak toe. Binnen deze groep worden sommige Escherichia coli-stammen, waaronder adherent-invasive E. coli (AIEC), vaker gevonden in IBD-context. Let op: niet elke E. coli is problematisch en de aanwezigheid van AIEC verschilt tussen individuen.
- Fusobacterium nucleatum: Deze soort wordt in verschillende inflammatoire darmziekte-studies geassocieerd met mucosale ontsteking. Er zijn aanwijzingen dat F. nucleatum de slijmvliesbarrière kan verstoren en immuunreacties kan moduleren, maar causale relaties zijn nog onderwerp van onderzoek.
- Afname van gunstige butyraat-producerende bacteriën: Soorten binnen de Firmicutes, zoals Faecalibacterium prausnitzii, komen vaak minder voor bij CU. Butyraat—een korteketenvetzuur—voedt coloncellen, ondersteunt de slijmvliesintegriteit en remt ontstekingen.
- Veranderingen in mucine- en slijmlaag-geassocieerde bacteriën: Soorten die leven in of van de slijmlaag—bijv. Akkermansia muciniphila—kunnen veranderen in verhouding of functie. De betekenis hiervan verschilt per persoon en ziektefase.
- Andere kandidaten: Studies beschrijven ook verbanden met o.a. Ruminococcus gnavus, sulfaatreducerende bacteriën (zoals Desulfovibrio) en bepaalde Bacteroides-soorten. De sterkte en richting van associaties verschillen tussen cohorten en onderzoeksmethoden.
Samengevat: onderzoek wijst op patronen—bijvoorbeeld een toename van Proteobacteriën en afname van butyraat-producers—maar er is geen enkele bacterie die op zichzelf CU veroorzaakt. Genetische vatbaarheid, immuunregulatie, barrièrebeschadiging en omgevingsfactoren (voeding, medicatie, stress) zijn medebepalend. De microbiële signatuur is bovendien dynamisch en kan variëren per ziekteactiviteit, dieet en behandeling.
Waarom symptomen alleen niet je diagnose kunnen bepalen
Diarree, bloed bij de ontlasting en buikpijn kunnen passen bij CU, maar ook bij infecties, prikkelbare darmsyndroom (met overlapklachten), ischemische colitis of andere vormen van IBD zoals de ziekte van Crohn. Zelfs bij vastgestelde CU kan de intensiteit en aard van klachten sterk wisselen. Symptomatische benadering—bijv. enkel vezels verminderen of willekeurig probiotica gebruiken—kan de kern missen als de onderliggende disbalans of ontstekingsactiviteit anders is dan gedacht. Objectieve diagnostiek zoals coloscopie, fecaal calprotectine, CRP, bloedbeeld, en zo nodig ontlastingskweken of PCR-panelen, is cruciaal om richting te geven en complicaties tijdig te herkennen.
Bekijk voorbeeldaanbevelingen van het InnerBuddies-platform
Bekijk alvast de aanbevelingen voor voeding, supplementen, het voedingsdagboek en recepten die InnerBuddies kan genereren op basis van je darmmicrobioomtest
De rol van de darmmicrobiomen in de ontwikkeling en progressie van colitis ulcerosa
Wat is de darmmicrobiome en hoe beïnvloedt het onze gezondheid?
De darmmicrobiome (of darmmicrobiota) is een complex ecosysteem dat betrokken is bij vertering, productie van vitamines en korteketenvetzuren, training van het immuunsysteem en bescherming tegen ziekteverwekkers. In een gezonde situatie bestaat er een dynamische balans tussen microben, darmslijm en de immuunbarrière. Die balans kan verstoord raken door factoren als antibiotica, infecties, voeding met weinig vezels, psychologische stress of genetische predispositie.
Microbiële disbalans en ontsteking
Bij CU worden vaak lagere diversiteit en een afwijkende verhouding tussen bacteriestammen gezien—een microbiële disbalans. Mogelijke mechanismen zijn:
- Barrièreverstoring: Het darmslijmvlies (inclusief de mucosale laag met MUC2) vormt een fysieke en immunologische barrière. Als deze verzwakt, kunnen bacteriële componenten (zoals LPS) gemakkelijker immuunreacties triggeren.
- Verlies van metabolieten die de mucosa voeden: Minder butyraat-producerende bacteriën betekent vaak minder butyraat. Dit kan nadelig zijn voor de energievoorziening van coloncellen en anti-inflammatoire signalen.
- Toename van potentiële pathobionten: Sommige bacteriën zijn normaal onschadelijk maar kunnen in een ontstoken of barrière-verstoorde omgeving bijdragen aan ziekteactiviteit (bijv. bepaalde Proteobacteria en Escherichia coli).
- Immuunactivatie: Via receptoren zoals TLR’s en NOD-achtige receptoren wordt het aangeboren en adaptieve immuunsysteem geactiveerd (o.a. Th17- en IL-23-assen). Dit kan leiden tot aanhoudende ontstekingslussen.
- Gassen en metabolieten: Sulfaatreducerende bacteriën produceren waterstofsulfide (H2S), dat in hoge concentraties schadelijk kan zijn voor de mucosa. De betekenis hiervan hangt af van dosis, context en individuele gevoeligheid.
Variatie tussen individuen
Niet iedereen met CU heeft dezelfde microbiële afwijkingen. Factoren zoals leeftijd, dieet, medicijngebruik (bijv. antibiotica, protonpompremmers), roken en genetische variatie spelen mee. Zelfs binnen één persoon kan het microbioom schommelen door ziekteactiviteit of voedingsveranderingen. Dit verklaart waarom standaardadviezen soms beperkt effect hebben en waarom gepersonaliseerde inzichten waardevol kunnen zijn.
Hoe microbiome-onderzoek inzicht kan geven
Wat is een microbiome-analyse en hoe werkt het?
Een microbiome-analyse brengt via ontlastingsonderzoek in kaart welke bacteriën (en soms schimmels/virussen) in de darm aanwezig zijn en in welke verhoudingen. Met moderne technieken (bijv. 16S rRNA-genprofilering of shotgun-metagenomics) kan men diversiteit, rijkdom en de relatieve abundantie van bacteriegroepen berekenen. Sommige rapportages geven ook functionele voorspellingen (bijv. potentieel voor butyraatproductie) en markers van mogelijke dysbiose. Zo ontstaat een profiel dat je in overleg met een deskundige kunt plaatsen naast je klachten, voeding en medische voorgeschiedenis.
Wat kan een microbiologisch onderzoek onthullen?
- Bacteriële diversiteit en rijkdom: Lagere diversiteit correleert in studies regelmatig met IBD-activiteit, maar interpretatie vereist context.
- Verhouding van specifieke bacteriën: Verhoogde Proteobacteria, afname van Firmicutes of specifieke shifts (bijv. minder Faecalibacterium prausnitzii) kunnen het beeld van inflammatie ondersteunen.
- Signalen van disbalans of pathogeniciteit: Oververtegenwoordiging van opportunistische bacteriën kan wijzen op een kwetsbare barrière of een ontstoken milieu. Dit is niet per definitie oorzaak, maar bruikbare context.
- Functionele aanwijzingen: Inzichten in potentiële productie van korteketenvetzuren, mucine-afbraak of sulfaatreductie kunnen hypotheses over klachten ondersteunen.
Een microbiome-analyse is geen vervanging van medische diagnostiek en stelt geen diagnose CU. Het is wél een aanvullende bron van informatie die kan helpen om voeding, leefstijl en medische strategieën te personaliseren. Voor een toegankelijke, diagnostiek-ondersteunende kijk op je darmflora kun je overwegen een gevalideerde darmflora-analyse met voedingsadvies te doen en de resultaten te bespreken met je behandelteam.
Waarom deze informatie belangrijk is voor jouw darmgezondheid
Als je begrijpt welke patronen bij jou spelen—bijv. toename van Proteobacteria of afname van butyraat-producers—kun je gerichter keuzes maken. Denk aan voedingsvezels die butyraatvorming ondersteunen, of het identificeren van voedingspatronen die je klachten verergeren. Tegelijkertijd blijft medisch beleid (van 5-ASA tot biologische therapieën) maatwerk en strikt onder regie van je arts. Inzichten in het microbioom kunnen daarbij aanvullend zijn, vooral als klachten aanhouden ondanks standaardinterventies.
Waarom symptomen alleen niet je diagnose kunnen bepalen
Symptomen zijn belangrijk, maar ze dekken zelden de volledige lading. Ze geven niet altijd informatie over de aard van de ontsteking, de status van je slijmbarrière, of de aanwezigheid van specifieke microbiële verschuivingen. Ook overlappen symptomen van CU met die van andere aandoeningen, zoals de ziekte van Crohn of een infectieuze colitis. Een combinatie van kliniek, biomarkers, endoscopie en eventuele microbiële context geeft een robuuster beeld, waardoor je minder op giswerk bent aangewezen en het risico op onder- of overbehandeling afneemt.
2-minuten zelfcheck Is een darmmicrobioomtest nuttig voor jou? Beantwoord een paar korte vragen en ontdek of een microbioomtest echt nuttig is voor jou. ✔ Duurt slechts 2 minuten ✔ Gebaseerd op je klachten & leefstijl ✔ Duidelijke ja/nee aanbeveling Check of een test bij mij past →De rol van de darmmicrobiomen in de ontwikkeling en progressie van colitis ulcerosa
Patronen bij patiënten versus gezonde personen
Bij veel CU-cohorten zien we een terugkerend patroon van:
- Relatieve toename van Proteobacteria (bijv. Enterobacteriaceae, waaronder sommige Escherichia coli).
- Relatieve afname van butyraat-producerende Firmicutes (zoals Faecalibacterium prausnitzii en sommige Roseburia-soorten).
- Verstoring van mucosale interacties (bijv. shifts in Akkermansia en andere slijmlaag-geassocieerde soorten).
- Toename van potentiële pathobionten (bijv. Fusobacterium nucleatum en Ruminococcus gnavus in sommige studies).
Deze patronen zijn trends en geen harde regels. Ze zijn beïnvloed door dieet, medicatie, ziekte-activiteit en zelfs technische verschillen in meetmethoden.
Hoe bepaalde bacteriën ontstekingsreacties kunnen beïnvloeden
- Escherichia coli (bepaalde stammen, zoals AIEC): kunnen zich dichter bij of op het slijmvlies nestelen en interacties met het immuunsysteem aangaan die inflammatie bevorderen. Niet elke CU-patiënt heeft AIEC, en niet iedereen met AIEC ontwikkelt CU.
- Fusobacterium nucleatum: in verband gebracht met mucosale ontsteking en mogelijk in staat om tight junctions te beïnvloeden, waardoor de barrière lekt. De sterkte van deze associatie varieert per studie en individueel profiel.
- Butyraat-producers (Faecalibacterium prausnitzii, Roseburia): produceren anti-inflammatoire metabolieten. Een lager aandeel kan de mucosale veerkracht verminderen.
- Sulfaatreducerende bacteriën (Desulfovibrio): kunnen H2S vormen; in hoge concentraties kan dit mucosale schade in de hand werken. De klinische relevantie is dosis- en contextafhankelijk.
Hoe microbiome-onderzoek inzicht kan geven
Persoonlijk profiel, geen blauwdruk
Omdat iedere darmmicrobiota uniek is, helpt een individueel profiel om te begrijpen waar jouw knelpunten waarschijnlijk liggen. Een persoon kan bijvoorbeeld een relatief hoog aandeel Proteobacteria en laag aandeel butyraat-producers hebben, terwijl iemand anders vooral een verstoorde mucinehuishouding of weinig diversiteit vertoont. Zulke verschillen vragen om verschillende accenten in begeleiding en leefstijl.
Wie behoefte heeft aan een toegankelijke eerste stap kan kiezen voor een gevalideerde ontlastingsanalyse die de relatieve verhoudingen van belangrijke bacteriegroepen en indicatoren van balans in kaart brengt. Lees meer over de mogelijkheden van een darmflora-test met persoonlijk voedingsadvies en bespreek de uitkomsten altijd met een arts of diëtist, zeker bij bestaande of vermoede IBD.
Voor wie is microbiome-testen relevant?
- Mensen met terugkerende of onbegrepen darmklachten zoals diarree, winderigheid, krampen of wisselende ontlasting, vooral als standaardonderzoek weinig oplevert.
- Personen met een bekende IBD-diagnose die hun klachtenpatroon beter willen begrijpen en met hun behandelaar willen bespreken welke leefstijlaanpassingen mogelijk zinvol zijn.
- Herstel na infectie of antibioticagebruik, wanneer de darmflora uit balans kan zijn geraakt.
- Preventief geïnteresseerden die willen weten hoe hun darmmicrobiota is samengesteld en of er aandachtspunten zijn (bijvoorbeeld lage diversiteit).
Let op: een microbiome-rapport geeft geen diagnose en vervangt geen zorg. Het biedt wel diepere context en een aanknopingspunt voor gepersonaliseerde keuzes.
Wanneer is microbiome testen een verstandige keuze?
- Bij aanhoudende, milde tot matige klachten zonder duidelijke diagnose, om te verkennen of er microbiële patronen zijn die richting kunnen geven aan leefstijl of vervolgstappen.
- Bij terugkerende klachten na behandeling, om te begrijpen of er residuele disbalans is die aandacht vraagt.
- Bij complexe situaties waarin symptomen en standaardmarkers niet goed overeenkomen, en extra context waardevol is voor jou en je behandelteam.
- Bij interesse in preventie en optimalisatie van darmgezondheid, mits resultaten kritisch en in context worden geïnterpreteerd.
Ben je benieuwd of een ontlastingsanalyse past bij jouw situatie? Verdiep je in een microbioomtest met voedingsadvies en betrek je arts of diëtist bij de duiding van de resultaten en vervolgstappen.
Praktische aspecten: van meting naar betekenis
Interpretatie in context
Een verhoogd aandeel Proteobacteria betekent niet automatisch ziekte, en een laag aandeel Faecalibacterium prausnitzii verklaart niet alle klachten. De kracht van microbiome-inzichten zit in de combinatie met klinische gegevens: symptomen, dieetgeschiedenis, medicatie, stress, slaap en beweging. Samen geven ze richting aan haalbare interventies, zoals vezeltypes, maaltijdstructuur, stressreductie en overleg over medische behandelingen.
Word lid van de InnerBuddies-community
Voer elke paar maanden een darmmicrobioomtest uit en volg je vooruitgang terwijl je onze aanbevelingen opvolgt
Wat je níét uit een microbiome-test mag concluderen
- Geen diagnose CU of andere IBD zonder medische evaluatie.
- Geen causale zekerheid: associaties zijn geen oorzaken.
- Geen universele “juiste” samenstelling: gezond is een bandbreedte, geen exacte formule.
Conclusie: Van symptomen naar inzicht in jouw persoonlijke darmmicrobioom
Er is geen enkele “ulcerative colitis bacterie”. Wel duiden onderzoeken op patronen van bacteriële dysbiose—onder meer een toename van Proteobacteria en verschuivingen rondom Escherichia coli en Fusobacterium nucleatum—en een relatieve afname van beschermende butyraat-producers. Deze inzichten zijn relevant omdat ze helpen begrijpen waarom klachten verschillen per persoon en per fase, en waarom standaardadviezen niet voor iedereen gelijk werken. Microbioomonderzoek kan waardevolle, gepersonaliseerde context toevoegen, mits je de uitkomsten naast medische diagnostiek en professioneel advies legt. Zo verschuif je van symptoombestrijding naar inzicht-gedreven keuzes voor je darmgezondheid.
Belangrijkste inzichten in één oogopslag
- Er bestaat geen enkele bacterie die colitis ulcerosa veroorzaakt; het gaat om patronen van dysbiose.
- Toename van Proteobacteria en verschuivingen in Escherichia coli en Fusobacterium nucleatum komen in studies vaker voor.
- Afname van butyraat-producerende bacteriën (zoals Faecalibacterium prausnitzii) kan de mucosale veerkracht verminderen.
- Symptomen overlappen met andere aandoeningen; objectieve diagnostiek blijft essentieel.
- Het darmmicrobioom is individueel en dynamisch; één maat past niet iedereen.
- Microbioomtests bieden context, geen diagnose; ze kunnen helpen bij gepersonaliseerde keuzes.
- Interpretatie vraagt om combinatie met klinische gegevens en professioneel advies.
- Leefstijl en voeding beïnvloeden het microbioom, maar hun effect is persoons- en contextafhankelijk.
Veelgestelde vragen
1. Is er één bacterie die colitis ulcerosa veroorzaakt?
Nee. Onderzoek wijst op patronen van dysbiose in plaats van één enkele veroorzaker. Verschillende bacteriën en een verstoorde darmbarrière en immuunreacties spelen samen een rol.
2. Welke bacteriën worden het vaakst genoemd bij CU?
Vaak genoemd zijn een toename van Proteobacteria (waaronder sommige Escherichia coli), associaties met Fusobacterium nucleatum en een afname van butyraat-producerende Firmicutes. De precieze patronen verschillen per persoon en studie.
3. Wat betekent een toename van Proteobacteriën?
Het kan duiden op een ontstekingsgevoelige omgeving of barrièreverstoring, maar is niet automatisch pathologisch. Interpretatie moet altijd in combinatie met klachten, dieet en medische gegevens gebeuren.
4. Wat is de rol van Escherichia coli bij CU?
Sommige stammen, zoals AIEC, worden vaker bij IBD aangetroffen en kunnen dicht bij het slijmvlies interacteren met het immuunsysteem. Niet iedere E. coli is schadelijk, en aanwezigheid impliceert geen causatie.
5. Waarom zijn butyraat-producerende bacteriën belangrijk?
Butyraat voedt coloncellen en heeft anti-inflammatoire effecten. Een lagere aanwezigheid kan de slijmvliesintegriteit en ontstekingsregulatie ondermijnen.
6. Kun je colitis ulcerosa diagnosticeren met een ontlastings-microbioomtest?
Nee. Een microbioomtest kan geen diagnose stellen. De diagnose CU berust op kliniek, biomarkers, endoscopie en histologie, met uitsluiting van infecties.
2-minuten zelfcheck Is een darmmicrobioomtest nuttig voor jou? Beantwoord een paar korte vragen en ontdek of een microbioomtest echt nuttig is voor jou. ✔ Duurt slechts 2 minuten ✔ Gebaseerd op je klachten & leefstijl ✔ Duidelijke ja/nee aanbeveling Check of een test bij mij past →7. Helpt een probioticum bij CU?
Het effect van probiotica is wisselend en stam-specifiek. Overleg met je arts of diëtist is verstandig, zeker bij actieve ontsteking of gebruik van immunosuppressiva.
8. Wat is bacteriële dysbiose precies?
Het is een verstoorde balans in de darmmicrobiota, zoals lagere diversiteit, toename van opportunistische bacteriën en afname van beschermende soorten. Dysbiose is een associatie, geen definitieve oorzaak.
9. Speelt voeding een rol bij het microbioom en CU?
Ja, voeding beïnvloedt samenstelling en metabolieten van de darmmicrobiota. Welke aanpassingen zinvol zijn, verschilt per persoon en dient idealiter afgestemd te worden op klachten en medische context.
10. Heeft stress invloed op colitis ulcerosa en het microbioom?
Stress kan via de darm-hersen-as de motiliteit, barrière en immuunreacties beïnvloeden, indirect ook het microbioom. Stressmanagement kan onderdeel zijn van een brede, persoonsgerichte aanpak.
11. Is een microbioomtest nuttig als mijn klachten onder controle zijn?
Het kan inzicht geven in je huidige balans en mogelijke aandachtspunten. De meerwaarde is het grootst als resultaten tot concrete, haalbare keuzes leiden en in overleg met een professional worden besproken.
12. Kan het microbioom veranderen in de loop van de behandeling?
Ja. Medicatie, dieet en ziekte-activiteit kunnen het microbioom verschuiven. Herhaalde metingen kunnen trends tonen, maar interpretatie blijft contextafhankelijk.
Zoekwoorden
ulcerative colitis bacterie, welke bacterie wordt in verband gebracht met colitis ulcerosa, Escherichia coli, Fusobacterium nucleatum, bacteriële dysbiose, Proteobacteria, Proteobacteriën, microbiële disbalans, darmmicrobiota, darmmicrobioom, butyraat-producerende bacteriën, Faecalibacterium prausnitzii, ontsteking dikke darm, IBD, microbiome-analyse, ontlastingsonderzoek