Micro-organismen, vooral in de dikke darm, helpen bepaalde voedingsbestanddelen die niet eerder volledig zijn verteerd, zoals sommige vezels, te fermenteren. Dit is één onderdeel van de spijsvertering: ook organen, verteringssappen en de opname van voedingsstoffen in de darm spelen een rol.
Welke micro-organismen komen in het spijsverteringskanaal voor?
Micro-organismen zijn organismen of biologische deeltjes die zo klein zijn dat je ze meestal niet met het blote oog kunt zien. In en rond het spijsverteringskanaal komen verschillende groepen voor. Bacteriën vormen een belangrijke groep in de darm, maar niet alle micro-organismen hebben dezelfde kenmerken of functie.
- Bacteriën
- Archaea
- Schimmels
- Virussen
De darmmicrobiota is de gemeenschap van micro-organismen die in de darm aanwezig is. Met het darmmicrobioom wordt ook hun genetische informatie en het geheel aan functies bedoeld. De samenstelling verschilt per persoon; sommige micro-organismen kunnen bovendien tijdelijk aanwezig zijn.
Waar vind je micro-organismen in en rond het lichaam?
Micro-organismen komen onder meer voor in de mond en het verdere spijsverteringskanaal, en op de huid. De soorten en aantallen verschillen per lichaamsomgeving.
Kunnen micro-organismen zich vermenigvuldigen?
Veel micro-organismen kunnen zich onder geschikte omstandigheden vermenigvuldigen. Welke omstandigheden daarvoor nodig zijn en hoe snel dat gebeurt, verschilt per soort.
Hoe verloopt de spijsvertering van mond tot dikke darm?
Voedsel gaat via de mond en slokdarm naar de maag, vervolgens naar de dunne darm en de dikke darm, en daarna naar de endeldarm. In grote lijnen verloopt de verwerking als volgt:
- Mond: kauwen verkleint het voedsel en speeksel helpt het te mengen en de eerste verwerking te ondersteunen.
- Slokdarm: vervoert het voedsel naar de maag.
- Maag: mengt het voedsel en helpt het verder af te breken.
- Dunne darm: hier vindt veel verdere vertering en opname van voedingsstoffen plaats. Verteringssappen uit de alvleesklier en gal dragen daaraan bij.
- Dikke darm: hier kunnen micro-organismen bepaalde resterende bestanddelen, waaronder sommige vezels, fermenteren.
- Endeldarm: slaat ontlasting tijdelijk op voordat die het lichaam verlaat.
Vertering is het afbreken van voedsel, opname is het opnemen van voedingsstoffen in het lichaam en passage is de verplaatsing van de darminhoud. Die processen hangen samen, maar zijn niet hetzelfde.
Waar worden eiwitten verteerd?
De vertering van eiwitten begint in de maag en gaat verder in de dunne darm. Daarbij spelen verteringssappen en enzymen van het lichaam een belangrijke rol; darmmicro-organismen zijn niet de enige of voornaamste oorzaak van eiwitvertering.
Hoe lang blijft voedsel in de darmen?
De doorgangstijd verschilt tussen personen en kan van verschillende factoren afhangen. De totale passage door het spijsverteringskanaal zegt niet precies hoelang voedsel in elk afzonderlijk orgaan blijft.
Welke rol spelen darmmicro-organismen bij de vertering?
Bepaalde micro-organismen in de dikke darm kunnen voedingsvezels en andere bestanddelen fermenteren die niet eerder volledig zijn verteerd. Bij die fermentatie ontstaan onder meer korteketenvetzuren. Welke bestanddelen worden gefermenteerd en in welke mate, verschilt per persoon.
- Fermentatie van sommige voedingsvezels en andere niet-verteerde bestanddelen
- Vorming van korteketenvetzuren
- Wisselwerking met de darmomgeving
Micro-organismen hebben eigen enzymactiviteit, maar dat is niet hetzelfde als de verteringsenzymen die het lichaam zelf produceert. Ze breken niet alle koolhydraten, eiwitten en vetten af. Darmmicro-organismen staan ook in wisselwerking met de darmomgeving en het immuunsysteem; de precieze betekenis daarvan kan per situatie verschillen.
Wat beïnvloedt de samenstelling van de darmmicrobiota?
De samenstelling van de darmmicrobiota kan samenhangen met verschillende factoren. De microbiota is dynamisch en één profiel is niet automatisch ideaal voor iedereen.
- Voedingspatroon
- Leeftijd en levensfase
- Medicijngebruik
- Leefomgeving en blootstelling
Antibiotica zijn een voorbeeld van medicatie die de microbiële gemeenschap kan beïnvloeden. Verander voorgeschreven medicatie niet zonder overleg met een zorgprofessional. Gevarieerd eten met vezelrijke voedingsmiddelen kan fermenteerbare bestanddelen aanvoeren, maar biedt geen garantie op een bepaalde uitkomst.
Wat zeggen klachten en microbiometests wel en niet?
Een opgeblazen gevoel, gasvorming of veranderingen in de stoelgang kunnen verschillende oorzaken hebben. Zulke klachten bewijzen op zichzelf niet dat er sprake is van een microbiële disbalans. Onderzoek naar verbanden tussen darmmicro-organismen en gezondheid laat niet automatisch zien dat de ene factor de andere veroorzaakt.
- Klachten kunnen verschillende oorzaken hebben.
- Een gevonden verband bewijst geen oorzaak.
- Een microbiometest vervangt geen medische beoordeling.
Een microbiometest kan de samenstelling van een monster onderzoeken. Zo'n test stelt geen medische diagnose en toont niet zelfstandig aan wat eventuele klachten veroorzaakt.
Wanneer is medische beoordeling passend?
Neem bij aanhoudende, ernstige of verontrustende spijsverteringsklachten contact op met een zorgprofessional. Een microbiometest kan alarmsignalen niet beoordelen en vervangt geen medische beoordeling.
Veelgestelde vragen over micro-organismen en spijsvertering
Wat is een eencellig micro-organisme?
Een eencellig micro-organisme bestaat uit één cel. Niet alle micro-organismen zijn eencellig.
Waar ligt de maag?
De maag ligt in de bovenbuik, tussen de slokdarm en de dunne darm.
Wat is de twaalfvingerige darm?
De twaalfvingerige darm is het eerste deel van de dunne darm. Hier komt voedsel uit de maag aan en gaat de verdere vertering verder.