Insuline is een hormoon dat helpt glucose uit het bloed naar spieren en vet te transporteren voor energie, en het helpt de lever suiker op te slaan of te beperken. Bij insulineresistentie horen cellen insuline niet goed meer, waardoor glucose hoger blijft.
Om dit te compenseren maakt je alvleesklier meer insuline aan. Na verloop van tijd kan dit extra werk de alvleesklier belasten, waardoor het risico op prediabetes en type 2 diabetes toeneemt. De lever kan ook meer glucose produceren, waardoor het probleem erger wordt.
Je darmmicrobioom kan deze stappen beïnvloeden. Bepaalde microben beïnvloeden korte ketenvetzuren, ontstekingssignalen en de gezondheid van de darmbarrière. Wanneer de balans verschuift, kunnen ontstekingen en insulinesignalering verergeren, waardoor insulineresistentie makkelijker ontstaat of moeilijker te keren is.